dinsdag 2 juni 2015

Op naar Amerika

Laat ik u vandaag eens een klein beetje vertellen over mijn voorouder Anton Jansen. Anton werd in 1799 geboren in Stadlohn in Duitsland. Zoals hier onder te zien is, trouwde Anton Jansen met Maria Catherina Vogedes, zo rond 1831, waarschijnlijk in Bredevoort.




Ze kregen samen 4 kinderen: 
  • Hermanus Christianus Jansen, hij werd in Bredevoort geboren op 15-04-1832
  • Maria Christina Jansen, zij werd geboren in bredevoort op 15-3-1834 en stierf na 8 dagen.
  • Christina Maria Jansen, zij werd in Aalten geboren op 31-7-1835.
  • Wilhelmus Hendrikus Jansen, hij kwam ter wereld op 17-4-1840.


Na 11 jaar huwelijk, op 8 januari 1843 overleed Maria Catharina Vogedes in Bredevoort, ze was nog maar 34 jaar oud. Ze liet een man en drie kinderen achter. 
De oudste zoon was op dat moment 10, en de jongste was nog maar 2 jaar. Anton stond er nu alleen voor, met drie kleine kinderen. 

Anton was landbouwer in Bredevoort. In 1843 viel er veel hagel waardoor oogsten mislukten. Twee jaar later, in 1845, was het extreem droog en brak de aardappelziekte uit waardoor er enorme honger ontstond. De landarbeiders hadden veel te leiden, velen waren werkloos, ze verdienden erg weinig en ziektes als cholera maakten veel slachtoffers. Dat zal Anton wanhopig hebben gemaakt. 

Drie jaar na de dood van zijn vrouw, vertrok Anton in 1846, naar Noord-Amerika. Alleen, zonder zijn kinderen. Die waren op dat moment  14, 11 en 6 jaar oud. Voor mij als moeder, onbegrijpelijk dat je je kinderen, die al geen moeder meer hebben, achter laat om zelf in een ver land geluk te gaan zoeken. Hij moet wel erg wanhopig zijn geweest...
De kinderen gingen bij hun oom en tante in Bredevoort wonen, de broer van hun moeder, Joannes Hermanus Henricus Vogedes, en zijn vrouw Dorothea Bettink. 


Anton was niet de enige Achterhoeker die naar Amerika emigreerde. Rond Winterswijk en omgeving zijn in die jaren zo'n 6000 mensen vertrokken om in Amerika een beter leven te beginnen. 

Dochter Christina Maria was dienstmeid bij de familie van Eijck in Bredevoort. En al voor haar huwelijk stond ze inwonend ingeschreven bij de familie van haar aanstaande, de familie Frenken.  Ze trouwde op 24 jarige leeftijd met Antonius Frenken. Op de huwelijks akte stond bij de vader geschreven, "woonplaats onbekend". De oom waar ze als kind, na het vertrek van haar vader, in huis heeft gewoond was getuige. 

Christina Maria en Antonius kregen samen 9 kinderen. Ze overleed op 71 jarige leeftijd in Bredevoort. Haar man Antonius Frenken overleed amper een half jaar later in het Rooms Katholieke Krankzinnigen gesticht in Venray, 5 dagen na zijn aankomst.

Waarschijnlijk hebben de kinderen van Anton Jansen en Maria Catherina Vogedes hun vader nooit weer terug gezien. Ik kan geen gegevens vinden van een terug keer van Anton. Ook heb ik Anton nog niet op een passagierslijst richting Amerika kunnen vinden, dus weet ik ook niet waar hij gebleven is en wat er van hem geworden is. 


maandag 1 juni 2015

De familie Fietjero

Mijn favoriete voorouder is Hendrikje Vitjeroo, ik noemde haar ook al in een eerdere blogpost.
De familienaam heeft meerdere schrijfwijzen gehad:
Vitjeroo, Fietjeroo, Fitjeroo, Fitiero, Tetjeroo, Tietjeroo.
Ik vind het een prachtige achternaam, maar hij is helaas uitgestorven. De achternaam klinkt niet Nederlands. Maar ik heb een buitenlandse link nog niet kunnen bewijzen.

Wel vond ik:
Opvarende:
Johan Willem Fieteroo
Relatiesoort:
Gerepatrieerd
Afkomst:
Cassenibe
Beroep:
Matroos
Maandbrief:
Nee
Schuldbrief:
Ja
Gebeurtenis:
Aankomst Indie
Datum:
vrijdag 9 september 1774
Gebeurtenis:
VertrekKaap
Datum:
dinsdag 12 juli 1774
Gebeurtenis:
AankomstKaap
Datum:
zondag 1 mei 1774
Gebeurtenis:
VertrekKamer
Datum:
woensdag 8 december 1773
Gebeurtenis:
Einde verbintenis
Datum:
1775
Gebeurtenisplaats:
Schip Pallas
Erfgoedinstelling:
Nationaal Archief
Collectiegebied:
Overzee
Archief:
VOC Opvarenden
Registratienummer:
6594
Pagina:
59
Akteplaats:
Amsterdam
Boek:
Amsterdam
Bestemming:
Batavia

In het enige document waarin het woord Cassenibe tegen kom, wordt een zin verder gesproken over Cassembe. Ik denk dat Cassenibe een schrijffout is geweest en de NI een M moet zijn. Cassembe ligt in Angola, Afrika, maar er bestaat ook een Cassembe in Mozambique. Misschien is Johan Fieteroo de vader van Joseph Fitiero en heeft hij zijn zoon Johannes Fietjero naar zijn vader vernoemd. Ik ben er nog niet achter. Want ik kan van alle drie de mannen geen verdere gegevens vinden. Ik zou het wel geweldig vinden mocht ik afrikaans bloed hebben!




De eerste, wél bewezen, voorouder die ik heb kunnen vinden is Joseph Fitiero. Hij moet rond 1757 geboren zijn, waar, is mij niet bekend. Veel heb ik niet over hem kunnen vinden:
Soldaat in het regiment van de Colonel der Schepper
Regiment Nationalen de Schepper nr.1 Harlingen         1787 - 1790  IR672d
Regiment Nationalen de Schepper nr.1 Leeuwarden 1787 - 1790         IR672d

Hij trouwde op 26 Oktober 1788 in leeuwarden met Catharina Ombach.



Leeuwarden, huwelijken 1788
Vermelding: Ondertrouw op 11 oktober 1788
 Bruidegom: Joseph Fitiero afkomstig van Harlingen
     Bruid: Catharina Hombach afkomstig van Leeuwarden 
Opmerking : hij is soldaat



Op 3 Oktober 1789 wordt hun zoon Joannes Josephs Fitjero geboren. Op 4 Oktober wordt Johannes gedoopt in de Rooms Katholiek St-Bonefatiuskerk aan de Nieuwstad in Leeuwarden. (Het pand is sinds 1911 in gebruik als bioscoop)

Op de doopakte staat echter zijn moeder vermeld als Catharina van Bailke. 


Leeuwarden, dopen, geboortejaar 1789, doopjaar 1789
Geboren op 3 oktober 1789
Gedoopt op 4 oktober 1789 in Leeuwarden
  Dopeling: Joannes
     Vader: Josephus Fitjero, soldaat
    Moeder: Cathrina van Bailke
Doopheffer: Coenrardus van der Steen

    Opm.: De moeder is niet RK



Catharina Ombach (ook wel genoemd; Hombach, Ombag, Ombacht) is de dochter van Cornelis Ombach en Maria Wilms. Catharina wordt rond 1757 geboren in Leeuwarden.

Op 12 Maart 1805 overlijd Joseph Fitjero in Haarlem. Hij is dan circa 48 jaar oud. Vermoedelijke is hij in Haarlem gelegerd. Catharina heeft dan als beroep koopvrouw. Bij hij overlijden is ze Vischvrouw. 
Hun zoon Johannes is dan 15 jaar oud, en wordt net als zijn vader soldaat.

Op de pagina altijdstrijdvaardig.nl kom ik de naam van Johannes twee keer tegen.
* Fitjero Joh’s Josephs---- Veen v.d. Heere IJdes plaatsvervaner voor Fitjero Joh’s Josephs, hij wordt vermeld op een lijst van personen behoorende tot het actief contingent der Landmilitie Canton Leeuwarden die tot dusver zijn absent gebleven enz. Jaar 1814 (3) (dossier 5)
Fietjero Johannes Josephus (er stond Fitjeroo Johannes en is door de ambtenaar aangepast) 286 Leeuwarden  is veranderd in Fietjero Johannes Josephus  is zijn volgnummer en zijn woonplaats voor dat hij in dienst is getreden, wordt vermeld in een Nominatieve Staat met 9 kolommen informatie en een door de Luitenant Kolonel Kommanderende het depot der Agtste afdeling Infanterie ondertekend document aan de Gouverneur van Vriesland betreffende genoemde persoon welke van het Bataillon Infanterie Nationale Militie no. 1 & 3 in Garnizoen te Groningen  met groot verlof afwezig zijn enz. jaar 1841 (7)

De informatie hierboven heb ik nog niet opgevraagd.

Als Johannes 23 is wordt hij vader van een dochter genaamd Catharina. De moeder is Hiltje Hillegonde Moon. Pas na 10 maanden trouwen Johannes en Hiltje, op 27 maart 1814 in Leeuwarden. Helaas zijn de huwelijkse bijdragen van dit huwelijk verdwenen. 
Bij het huwelijk is hij van beroep arbeider.  
Na Catharina krijgt het echtpaar nog 5 kinderen. Joseph in 1817, Maria in 1820, Hendrikje in 1823 (Johannes is dan opperman), 
Nadat de moeder van Johannes, Catharina Ombach op 67 jarige leeftijd overlijd op 10-01-1824, overlijd dochter Catharina op 11 jarige leeftijd in 1825.  In 1826 wordt dochter Anna geboren, ze overlijd in december 1829, 3 jaar en 4 maanden oud. In Juni 1829 krijgt het gezin nog een dochter die naar de overleden oma en dochter wordt vernoemd, Catharina. Zij overlijd in 1833 al op 4 jarige leeftijd. Alle kinderen worden gereformeerd gedoopt. 

Op 31 Augustus 1842 overlijd Johannes Fietjero op 52 jarige leeftijd in Leeuwarden. 

Hiltje Moon (ook wel genoemd Mone of Moonen) overlijd op 9 Juli 1858 in Leeuwarden. Zij is overigens de dochter van Hendrik Moon en Maria (Maryke) Helder beide uit Leeuwarden. Bij de doop Hillegonda staat vermeld;  RK gedoopt op 23-9-1786. "het kind, 9 maanden oud is ziek geboren." Ook wordt vermeld dat moeder Maryke Helder niet Rooms Katholiek is.

Haar vader Hendrik was Tamboer is het 1e bataljon Wapen Infanterie van het Lijfregiment Oranje-Nassau. 
geboorteakte Hendrikje Vitjeroo

En dan komen we aan bij mijn favoriete voorouder; Hendrika of Hendrikje Vitjeroo. 
Ze is geboren op 13 mei 1823 in Leeuwarden. Daar groeit ze op met haar broertje en zusjes. Zus Catherina overlijd als Hendrikje twee is. Na de geboorte van Hendrikje worden er nog twee zusje geboren in het gezin, die heel jong komen te overlijden. Dat zal zwaar voor het gezin zijn geweest.
Ze wonen onder andere "bij de stadstuin" nr 200. 
Als Hendrikje 19 is overlijd haar vader, en staat het gezin er met moeder alleen voor. Zoon Joseph is dan 25 jaar. Dochter Maria 21. Het gezin moet het nu zonder de inkomsten van vader Johannes zien te redden. Moeder Hiltje moet nu ook gaan werken. Hendrikjes broer Joseph gaat  het jaar daar op trouwen.
In de bevolkingsregisters komen moeder en dochters op het zelfde adres voor, meestal als breidsters of arbeidsters. 
Hendrikje wordt op haar 23e zelfs gemeld als metzelaar. Ze woont op dat moment zonder familieleden, maar met een aantal vrouwen. Alle vrouwen zijn arbeidster, schoenmakersknegt of metzelaar. Misschien dat het een of ander opvanghuis is? 






Hendrikje als Metzelaar





Huwelijksakte Hendrikje Fietjeroo en Jacobus de Haan


Als Hendrikje 28 is trouwt ze met, de in Hoorn geboren, Jacobus de Haan. Drie weken later wordt hun dochter Trijntje geboren. In 1852 vertrekt het stel om naar Hoorn te gaan, maar op diezelfde datum duikt het gezin ook voor het eerst op in de boeken van de Maatschappij van Weldadigheid. Met domicilie Hoorn. 
Volgens het signalement bij binnenkomst is ze:
1,42 lang. Ze heeft een rond aangezicht, bruine haren, blauwe ogen, gewone neus, gewone mond en een spitse kin. 

De omstandigheden in de Ommerschans waren niet goed. In grote zalen, schaars verlicht, zonder ramen, sliepen zo'n 50 personen in hangmatten, die tot de zolder omhoog gehezen konden worden. Getrouwd of niet getrouwd, de mannen werden van de vrouwen gescheiden en sliepen op aparte zalen. Langs de muren van zalen stonden zitbanken waar de kolonisten in een lade hun spulletjes in op konden bergen. Hygiene zal ver te zoeken zijn geweest. In regen en wind moesten de kolonisten buiten werken, door en door nat zullen ze vaak zijn geweest en dan met 50 personen in een ruimte. Zonder frisse lucht. Je kunt je voorstellen dat het er flink bedompt moet zijn geweest. In de gevangenissen dienden hoofd en voeten ’s zomers éénmaal per week te worden gewassen en in de winter slechts één keer in de veertien dagen. Elke drie maanden werd het hele lijf in een badkuip geweekt en werd tevens het hoofdhaar geknipt. Het afdrogen gebeurde met een gemeenschappelijke handdoek, want daarvan waren er kennelijk zeer weinig in omloop.

Hoewel elke bij een zaal behorende keuken over twee wastobben beschikte, zullen deze zeker niet zijn gebruikt voor een regelmatige wasbeurt van alle kinderen. Een logisch gevolg van de lichamelijke verwaarlozing was het veel voorkomen van vlooien en luizen. De kam, die elke wees samen met het eetgerei kreeg uitgereikt zal dan ook voornamelijk bedoeld zijn geweest, om het hoofd vrij van luizen te houden. Veel succes zal dit overigens in de overvolle en onzindelijke woon- en slaapzalen niet hebben gehad. De stromatrassen in de hangmatten vormden ongetwijfeld broeinesten van ongedierte en ze produceerden veel stof. Ondanks de aanwezige ventilatiekanalen, het dagelijks aanvegen en opruimen door de kamerwachten en de jaarlijkse schoonmaakbeurt moet het er vuil zijn geweest en onfris en bedompt hebben geroken. De open tonnen, waarop de kinderen ’s nachts hun behoefte moesten doen, veroorzaakten niet alleen veel stank, maar vormden ook een bron van infectie. Minder gunstig was ook de gewoonte om ’s winters de was in de zalen te drogen te hangen. Zodoende waren alle factoren, die voor een snelle verspreiding van eventuele ziektekiemen konden zorgen, aanwezig. (bron: https://www.rug.nl/research/portal/files/14570956/Hoofdstuk%2014)

Men kreeg één warme maaltijd per dag. Meestal aardappelen, met paardebonen en 3x in de week een stukje vlees zo groot als een pink. In elke zaal was een keuken waar de kolonisten zelf hun eten moesten bereiden. Na een dag hard werken lieten de kolonisten al vroeg hun hangmatten zakken en viel in slaap. 

Op 28 februari 1852 komt hun dochter Trijntje te overlijden in de Ommerschans. Slechts 8 maanden oud. Ze zal zijn begraven op de begraafplaats in de Ommerschans, in een gezamenlijk naamloos graf samen met 5448 andere mannen, vrouwen en kinderen. 


begraafplaats Ommerschans


Na het overlijden van Trijntje vertrekken Jacobus en Hendrikje op 9 maart 1852 naar Veenhuizen, waar 1,5 jaar later, Jacobus de Haan op 11 november 1854 is overleden. Hij was 33 jaar oud. 


Veenhuizen


Hendrikje, slechts 31 jaar, bleef alleen over. Als weduwe, zonder man, kind of familie. Op 6 april 1855 wordt Hendrikje ontslagen uit Veenhuizen. Ze is nog een 3e maal opgezonden geweest, maar dit heb ik niet kunnen vinden in het Drents archief. Ze wordt in elk geval op 11 februari 1858 vanuit Assen voor de 4e keer opgezonden naar de Ommerschans. 

Ommerschans

Centraal stond het hoofdgebouw, een twee verdiepingen tellend kloosterachtig vierkant gebouw  met een grote binnenplaats en met blinde buitenmuren van 100 meter elk. Dit hoofdgebouw was de verblijfplaats van 1000 tot 1200 bedelaars. Over de binnenplaats was een houten hek aangebracht, waartussen wachters  patrouilleerden. Op de binnenplaats, maar ook in een reeks van bijgebouwen, waren werkplaatsen ingericht waarin de arbeid moest worden verricht. Het  ging daarbij om spinnen, naaien, weven, breien en verstellen voor vrouwen, en om klompen, schoenen en kleren maken voor mannen. Ook was er een  smederij, een touwslagerij, een spijkermakerij en een timmerwerkplaats. Vanwege het ontsnappingsgevaar was het complex met een gracht omgeven,  met op de hoeken veldwachtersposten. Buiten de gracht lag een twintigtal boerderijen, waar men, onder geleide van een detachement van 25 soldaten,  landarbeid verrichtte.  De beloning voor arbeid was nominaal fl. 1.50 per week. Daarvan werd fl. 1,- ingehouden voor kost en werkkleding. De overige 50 cent werd uitbetaald in  bonnen die buiten de kolonie geen waarde hadden en dus alleen besteed konden worden in de winkel van de kolonie. Wie niet in staat was om de hele  dag te werken werd gekort op zijn uitkering; wie extra werk kon verzetten had de mogelijkheid om meer dan fl. 1.50 verdienen. Wie op deze wijze meer  dan fl. 75,- had weten te sparen kon in aanmerking komen om vrijgesteld te worden uit de kolonie.   Ofschoon de kolonie opgericht was ter verheffing en beschaving van de kolonisten, heeft ze deze pretentie maar zeer gedeeltelijk kunnen waarmaken. Er  was een schooltje annex onderwijzerswoning op het terrein, maar omdat ook kinderen geacht werden geld te verdienen, en dus te werken, kwam er van  schoolgaan niet veel. Ook met de beoogde zedelijke verheffing was het droevig gesteld: het aangebrachte hek tussen de mannen- en vrouwenverblijven,  waardoor ook echtparen van elkaar gescheiden waren, had geen enkel effect; volgens bezoekers van de kolonie waren de meeste meisjes zwanger (bron: http://www.dewilde.org/koloniste.htm)


En dat gebeurde ook met Hendrikje. 8,5 Maand  na het overlijden van Jacobus beviel Hendrikje op 3 augustus 1855 van dochter Johanna Catherina Vitjeroo. Als een kind binnen 306 dagen na overlijden van de vader wordt geboren, dan zou het de achternaam van de vader nog krijgen. Johanna Catherina wordt 256 dagen na het overlijden van Jacobus de Haan geboren, en toch krijgt ze de achternaam van haar moeder. Is Jacobus dan niet de vader? Ze is blijkbaar wel verwerkt toen Jacobus nog leefde. Het is me een raadsel waarom ze niet zijn achternaam krijgt. En een nog groter raadsel is waarom Johanna Catherina Vittjeroo niet wordt aangegeven bij de burgerlijke stand van de stad Ommen. Ze komt wel voor in het het handboek der bedelaarsgestichten van de Ommerschans

Op de Ommerschans leert Hendrikje, Johannes Huibert van Adrichem kennen. Als Hendrikje 34 jaar oud is trouwt ze op 3 november 1857 met Johannes Huibert, hij is 38 jaar. Van het huwelijk wordt aangifte gedaan in Avereest. Getuigen waren twee veldwachters en twee touwslagers. Als woonplaats wordt Avereest genoemd, "toch voor minder dan 6 maanden wonend te stad Ommen".  Ik denk dat ze op dat moment in in een hoeve van de Maatschappij woonden. 




In 1858 ziet Hendrikje volgens het signalement bij 4e opzending in de maatschappij van Weldadigheid er als volgt uit: 
lengte 1,43
aangezigt; ovaal
haar; blond
oogen; blauw
neus; ordinair
kin; rond
merkbaare teekenen; geen

Op 14 augustus 1858, 10 maanden na hun huwelijk, wordt het eerste kind van Johannes Huibert en Hendrikje samen geboren. Johannes heet hij en wordt ook geboren in de Ommerschans. 
Johannes Huibert wil ook de dan 3 jarige dochter van Hendrikje, Johanna Catharina erkennen. Maar dan is er een probleem. Van de geboorte van Johanna Catherina Vitjeroo blijkt nooit aangifte te zijn gedaan bij de burgerlijke stand. Johannes kan Johanna Catherina dus niet erkennen. 
Pas op 30 november 1858 kom in het suppletoir (verlate) register van de stad Ommen de aangifte van de geboorte van Johanna Catherina Vitjeroo tegen. In die akte staat dat Johannes Huibert van Adrichem het kindje bij zijn huwelijk wilde erkennen, maar dat er geen inschrijving in het geboorte register is geweest. Hij wil dat dan alsnog regelen via verlate inschrijving zodat hij officieel het kindje kan erkennen. In de akte staat hoe dit bij de Arrondissements rechtbank in Deventer verzocht werd dit te regelen. Er is een hele tijd overheen gegaan, maar uiteindelijk is dit dan toch gelukt. 
Johannes Huibert wordt in dat register vermeld als onvermogend.

Op 28 april 1861 wordt hun tweede zoon Hendrik Wijnandus Arie geboren in de Ommerschans. Over hem kan ik ook nog een heel hoofdstuk schrijven. Het wordt een man met een, zeg maar "interessant" leven. 
Op dat moment wonen ze in Hoeve Ommerschans nr 18, (thans zelhorstweg 10) in Avereest. 
Op 11 juli 1861 wordt het gezin naar Veenhuizen gestuurd. Daar wordt op 5 juni 1863 een dochter geboren. Ze noemen haar Gerhardina. 

Voor de 5e en laatste keer wordt het gezin op 29 december 1870 veroordeeld en opgezonden vanuit Assen. En op 26 december 1872 wordt het hele gezin ontslagen vanuit Veenhuizen en zullen ze er nooit meer terug keren.
Zoals ik in de blogpost over Johannes Huibert al aangaf, zou het gezin naar Hellendoorn zijn gegaan, al heb ik ze daar in het bevolkingsregister nog niet aangetroffen.


Het gezin komt terecht in Hilversum, waar ze aan de Vaart gaan wonen.
Johannes Huibert werkt er als textielarbeider.


Straat met arbeiderswoningen, speciaal gebouwd voor de arbeiders van de eerste stoomfabriek in Hilversum. Deze werd gebouwd in 1867 en heette officieel de Hilversumse Stoomspinnerij en Weverij (HSSW). Deze fabriek stond in dezelfde wijk als de arbeidershuizen, en aan de Vaart in Hilversum. 


  
huisjes aan de Vaart in Hilversum


Hilversumse stoomspinnerij en weverij


Dochter Johanna Catherina trouwt in Hilversum met Abraham de Roo op 1 juni 1876.
In 1877 worden Johannes Huibert en Hendrikje voor het eerst grootouders.
Johanna en Abraham krijgen een zoon; Stephanus Johannes de Roo. Dit kleine mannetje overlijd echter al in 1879.
Maar dat heeft Johannes Huibert niet meer meegemaakt, hij sterft er op 17 april 1878 in Hilversum. Hij is dan nog maar 59 jaar.

In 1880 bevalt Johanna Catherina in Ochtrup (dld) opnieuw van een zoon die ze ook weer Stephanus Johannes noemt. Vernoemd naar de vader van Abraham, Stephanus de Roo en naar Johannes Huibert.
Drie jaar later bevalt ze wederom van een zoon Johann Martin Hubert, als 3e naam een verwijzing naar Johannes Huibert. Dit zoontje wordt geboren in Eschendorf (dld).
Later komt daar nog een zoon bij. Wilhelm Friedrich wordt geboren in Rheine (dld).

Johann Martin Hubert de Roo

Vanwege het werk in de textielindustrie zal Hendrikje wel met haar kinderen zijn meegereisd want in 1886 duikt ze ook op in Rheine, Duitsland.
Zoon Johannes woont en werkt daar ook met zijn gezin in de textielindustrie.
Ze is in dat zelfde jaar ook aanwezig bij het huwelijk van haar zoon Johannes met Judith Langkamp in Enschede. 7 Maanden later krijgen ze samen een dochter Johanna Huberta, zij wordt geboren in Ibbenburen (dld). Al eerder is er een zoon geboren die Albert Frederik heet en door Johannes wordt erkend bij het huwelijk.
Dochter Gerhardina trouwt ook in datzelfde jaar in Nordhorn (dld).
Er komen nog twee zonen ter wereld in het gezin van Johannes en Judith Langkamp. Frederik van Adrichem wordt geboren in 1887 in Enschede en Heinrich van Adrichem in 1889in Schüttorf (dld).
En dan gebeurd er opnieuw iets verschrikkelijks. Op 29 september 1890 komt Hendrikjes dochter Johanna Catherina in Rheine te overlijden op 35 jarige leeftijd. Het oudste kind van Johanna Catherina en Abraham de Roo is dan nog maar 9 jaar.

overlijdensextract Johanna Catharina Vitjeroo


Abraham de Roo overlijd 6 jaar later, op 16-11-1896 in Rheine (dld). Nog maar 40 jaar oud. Zijn 3 zoons, die allen onder de 16 jaar oud zijn, blijven alleen achter. Johannes van Adrichem, de zoon van Johannes Huibert en Hendrikje Vitjeroo, en hun oom wordt hun voogd.

Daarna worden er nog weer 4 kleinkinderen geboren, en er overlijden er ook weer 3 op jonge leeftijd.
Ze wordt zelfs overgrootmoeder. Stephanus Johannes de Roo trouwt en achterkleinzoon Abraham de Roo wordt geboren in Enschede. En er volgen nog meer, tijdens haar leven worden er nog maar liefst 8 achterkleinkinderen en nog eens twee kleinzoons geboren.
Maar Hendrikje al die kleinkinderen en achterklein kinderen ooit heeft gezien, vraag ik mij af.

Dochter Gerhardina kreeg naar mijn weten geen kinderen en verhuisde naar Groningen.
Van zoon Hendrik Wijnandus Arie ontbreekt, na een veroordeling vanwege desertie, elk spoor.
Zoon Johannes komt na vele omzwervingen in Duistland, in Enschede terecht en hij is degene die voor het meeste nageslacht heeft gezorgd. (9 kinderen!)
Hendrikje komt weer terecht in Hilversum, waar ze na 35 jaar weduwe te zijn geweest, op 28 januari 1913 aan de Bakkerstraat 131 overlijd, op de gezegende leeftijd van 89 jaar.

Een gemakkelijk leven heeft dit taaie kleine vrouwtje niet gehad, maar door haar overlevingsdrang en de wil om wat van haar leven te maken, zit ik hier 5 generatie's later een blog over haar leven te schrijven. Ik bewonder haar doorzettingsvermogen en had haar maar wat graag willen leren kennen!