zaterdag 19 september 2015

van moederreeks naar Beulake

Vandaag wil ik graag wat vertellen over een tak van mijn stamboom die ik nog niet zo lang geleden heb ontdekt. Ik heb nog niet zo heel veel over deze familie te vertellen dan namen en doopgegevens, maar ik vind het toch interessant genoeg om er een stukje over te schrijven. 
Via mijn matrilineaire stamreeks, neem ik jullie mee naar het dorp waar ik wat over wil vertellen. Een matrilineaire stamreeks is kort gezegd, de moederreeks. De lijn via mijn voormoeders. Waar ik bij mijn vaderreeks nog wel eens twijfel of ze echt de biologische vaders zijn geweest, is daar bij de moederreeks echter geen twijfel over mogelijk! 

Ik begin bij mijn oma. Johanna Maria Mossel. Geboren in Kampen, maar al op 7 jarige leeftijd naar Enschede verhuisd.

Johanna Maria Mossel

De moeder van mij oma is Maria Jacoba Ruiten. Zij is ook geboren in Kampen en hier staat ze links op haar trouwfoto. De man rechts is mijn overgrootvader Everhardus Johannes Mossel. In een eerdere post schreef ik al over Evert en Marie. Zie hier


Everhardus Johannes Mossel en Maria Jacoba Ruiten

De moeder van Maria Jacoba Ruiten is Johanna Catherina Diender. Hoewel van Schokker kom af, is Johanna Catherina in 1851 in Kampen geboren, dat is 8 jaar vóór de ontruiming van het eiland Schokland. 
Haar man Reinerus Ruiten, rechts op de foto, is ook niet op Schokland geboren, maar in 1846 in Kampen, hoewel hij er wel gewoond heeft. 

Reinerus Ruiten en Johanna Catherina Diender


Zijn vader overleed al op 34 jarige leeftijd. Reinerus was toen nog maar 3 jaar, zijn moeder was toen hoogzwanger van zijn broer Jacob. Toen Reinerus 13 jaar was, moest het eiland Schokland worden ontruimd. Zijn moeder kocht het eerste huisje in de tuin van onderwijzer Legebeke in Kampen.


Nummer 1.



Maria Alberts Diender (1820-1889), weduwe van Jacob Ruiten (1815-1849), en haar kinderen Reinerus Ruiten (1846-1937) en Jacob Ruiten (1849-1925).

Zij vertrokken op 29-7-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 27A woonden. 




Schokkerhuisje nr 1

Het huisje staat nu in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen. 

Reinerus en Johanna Catherina kregen samen maar liefst 10 kinderen. Vier stierven er voor hun eerste verjaardag. Johanna Catherina Diender stierf op 16-9-1910 in Kampen, ze werd 58 jaar. Reinerus leefde een heel stuk langer, hij werd maar liefst 90 jaar en stierf op 13-3-1937 in Kampen.
Catherina Helena Ruiten, Johanna Maria Ruiten, Maria Jacoba Ruiten.



De moeder van Johanna Catherina Diender is Johanna Breuker, ook wel Anna genoemd.
Geboren in Kampen, op 7 december 1816. 
Zij trouwde met Jean de Ruelle, een jongeman uit Munte, Oost-Vlaanderen. Ze kregen samen een dochter; Hermina de Ruelle.
 Jean overleed jong, al op 45 jarige leeftijd. Johanna was toen 32 jaar, haar dochter Hermina 12 jaar. Kort daarna ontmoete Johanna, Evert Diender, 5 jaar jonger dan Johanna.
Hoewel Evert ook in Kampen werd geboren (25-8-1822), kwamen zijn vader en moeder wel uit Schokland. Zijn vader van Emmeloord, zijn moeder van Ens. Evert was schippersknecht, en breed zullen ze niet gehad hebben want 9 maanden na het overlijden van Jean, trouwden Evert en Johanna met elkaar, met een verklaring van onvermogen.

Een jaar na het huwelijk werd dochter Johanna Catherina Diender geboren, mijn betovergrootmoeder. In de jaren erna werden nog 4 kinderen geboren, waarvan er twee jong stierven. 
Evert Diender stierf op 3-7-1903 in het Boven Gasthuis in Kampen op 80 jarige leeftijd. 
Johanna Breuker overleed in Deventer op 66 jarige leeftijd. Ze overleed op 8 februari 1883, er werd pas op 5 maart aangifte gedaan van overlijden in Kampen. Blijkbaar woonde ze dus wel in Kampen ten tijde van haar overlijden, maar misschien was ze in Deventer op bezoek? Ik ben er nog niet achter.

Via Johanna komen we bij haar moeder Harmina Jacobs Geertsen. Harmina trouwde met Hendrik Breuker. Een jongeman uit IJsselmuiden. En daar was het dat ik bleef steken. 

Na lang speuren kwam ik terecht bij een gezin in Avereest
Jacobus Geerts, ook wel genoemd Jacob Smak woont in 1825 met 5 kinderen in Avereest, waar hij turfboer is. Zijn vrouw Willemina Hendriks Hollander is in 1820 al in IJsselmuiden overleden.


Omdat ik via mijn vaderslijn veel familieleden heb gevonden in Avereest, ging bij mij meteen een lampje branden en het eerste waar ik aan dacht is de Ommerschans. Hoewel ik het bewijs nog niet heb gevonden, neem ik aan dat het gezin naar de Ommerschans moest.

In 1825 trouwt zijn dochter Femmigje Jacobus Smak, haar partner woont ook in Avereest dus ze zullen er al een tijdje gewoond hebben. Femmigje gaat er ook nooit meer weg. Ze overlijd er in 1871 op ca. 72 jarige leeftijd. 

Na nog meer speuren vond ik in totaal 8 kinderen van de familie die de achternaam Jacobs Geertsen, Smak en alle varianten daarop droegen. Bij de naamsaanneming in 1811 veranderd het gezin van achternaam. Ze nemen de familienaam de Vries aan. (Omdat dat voor hun nazaten 200 jaar later zo makkelijk uitzoeken is voor de stamboom :-)) 

En bij dat gezin kom ik ook deze Harmina tegen:
inschrijving naamsaanneming

Voornaam: Harmina
Oude naam: Geerts
Aangenomen naam:de Vries
Leeftijd: 22 jaar
Plaats: IJsselmuiden
Datum: 1811

Dat kan haast niet anders dan dezelfde familie zijn. En de Harmina die ik zoek. Zelfde leeftijd en geboorteplaats. 

Harmina, die zowel Harmina de Vries, Hermina Jacobs de Vries en Hermina Geerts de Vries wordt genoemd, overlijd op 24-4-1832 in Kampen op 45 jarige leeftijd. 
Ze heeft dan met Hendrik Breuker 7 kinderen gekregen. Waarvan er 3 de volwassen leeftijd zullen bereiken. Hendrik Breuker overlijd op 1e kerstdag 1864 in Kampen op 81 jarige leeftijd. 

Nu ik het gezin gevonden had kon ik verder met de moederreeks. 
Op vader Jacobus Geerts Smak (de Vries) kom ik later terug. 

We waren gebleven bij zijn vrouw Willemina Hendriks Hollander. Ze wordt ook wel Nienke, Meike of Wieke genoemd. Ze is geboren in Koekoek onder IJsselmuiden. Daar had ik echt nog nooit van gehoord. Na wat gegoogle heb ik er echter niet zo veel over kunnen vinden. En heb ik historisch vereniging Jan van Arkel gemaild. Zij kwamen supersnel met een antwoord. "De Koekoek is is een stuk van de polder Mastenbroek wat wel van deze polder wat afwijkt. Zo ligt dit gebied duidelijk lager dan de polder Mastenbroek zelf. De oorzaak van dit hoogteverschil (op sommige plaatsen wel 2 meter) ligt in de vervening in de 18een 19e eeuw. Met name in de 18e eeuw komen nogal wat veenarbeiders uit een ander bekend veengebied, nl. Wanneperveen en omgeving.
Van de bebouwing moet je met name in de 18e en 19e eeuw niet veel voorstellen. Veelal wat kleine houten barakken en soms wordt ook gesproken over tenten. Her en der hebben wel kleine rijtjes stenen huisjes gestaan. Het gebied is ook regelmatig, als gevolg van dijkdoorbraken bij stormen, onder water gelopen. Thans is de Koekoek een belangrijk tuinbouwgebied". Aldus de secretaris van de vereniging. Dat geeft al weer een heel ander beeld van het gebied waar de familie Hollander heeft gewoond. 





Haar vader is Hendricus Jacobs Hollander, gedoopt 2-2-1740 in IJsselmuiden. Hij was veenhouder en turfboer in IJsselmuiden. Hij trouwde met Hermina Lamberts, zij is dus de volgende in mijn moederreeks. 
Hermina komt uit Dalfsen, daar is ze op 7-2-1740 gedoopt. Hendricus en Hermina kregen samen 7 kinderen. Hermina overleed in 1826 in IJsselmuiden, ze was toen 86 jaar. 

De ouders van Hermina waren Lammert Jansen en Willempje Hermsen. Deze Willempje Hermsen is de laatste die ik heb gevonden in mijn moederreeks. 
Daar kom ik niet verder mee. 

Tijdens het zoeken naar mijn voormoeders vond ik dus wel de bovengenoemde Jacobus Geerts Smak (de Vries). 
Jacob Geerts werd op 19-9-1761 geboren in Beulake als zoon van Geert Jacobs en Femmigje Teunis Flodder (ja echt!)
Na nazoeken waar Beulake ligt, blijkt dat Beulake een interessante geschiedenis heeft. 

Beulake was een dorp in Overijssel, in de buurt van Giethoorn en Wanneperveen. De inwoners van Beulake leefden van de turfwinning. Tussen 1650 en 1751 groeide het dorp tot 45 woningen. Met 247 bewoners. Dat was in die tijd een redelijk dorp. 


Turf ontstaat door het drogen van veen. Veen ontstaat weer door planten die na het groeiseizoen afsterven en naar de bodem van water zakken en daar beginnen te rotten. Dit wordt een steeds dikkere laag dat "laagveen" wordt genoemd. Dit proces speelde zich af onder grondwaterniveau.
Door te baggeren met een beugel aan een lange stok kon het veen naar boven worden getrokken. Er bleven "trekgaten" over, die van elkaar gescheiden werden door "ribben". Door dit veen omhoog te halen en te laten drogen ontstond er dus turf.  


De inwoners van Beulake leefden van deze manier van turfwinning. 
Door de grote behoefte aan turf als brandstof werd elke vierkante meter in Beulake gebruikt, met het gevolg dat het water steeds meer ruimte kreeg. Om het veen te laten drogen gebruikten ze "legakkers", grote stukken grond om het veen op te leggen. Eind 18e eeuw moetsten de inwoners voor de snel groeiende bevolking in Holland steeds meer turf steken, dat ook die legakkers werden op gebruikt voor de productie van turf. 
Er waren destijds geen instantie's die daar toezicht op hielden en zo groeven de Beulakers langzaam maar zeker hun eigen graf. 
Bij elke storm kalfde steeds meer van deze legakkers af en werden ze steeds smaller zodat er langzaam een meer ontstond. Sommige paden waren doorgebroken zodat 's winters de kinderen niet meer naar school konden, de inwoners niet meer naar de kerk en de bakers niet meer naar een bevalling.  Steeds meer inwoners vertrokken. Tijdens een grote storm op 14 en 15 november 1775 brak de Zuiderzeedijk bij Vollenhove door en veel huizen werden daarbij beschadigd. In de nacht van 21 op 22 november 1775 volgende een tweede storm en dat was het doodvonnis voor Beulake. De vijftig inwoners die er op dat moment nog woonden vluchten naar een hoger kerkjes en wisten daar 36 uur te schuilen voor de storm. Na die 36 uur konden ze per boot vluchten naar Vollenhove en van het dorp was weinig meer over dan de kerk en twee huizen. De kerktoren heeft nog tot 1825 boven het water uitgestoken.


Hering schreef het volgende over de waternoodsramp van 1776:

‘In de Beulake was het byzonder ellendig gesteld. Dit Dorp door zyne nabyheid aan den Zeedyk, en dus voor den eersten aanval des waters blood liggende, en meest bestaande uit groote veenplassen, streckte het eerst en meest ter woede van de Zee: de huizen en turfschuuren, van de ingezetenen, werden ylings door de baren vernield; derzelver turf (welker koopmanschap aldaar ter plaatse, het eenig middel van der inwoonderen bestaan uitmaakt) ja groote stukken Veenlands dreven weg.’

Doorbreken van de zuiderzeedijk in 1776


In de 19e eeuw kwam alles wat van het dorp nog restte onder water te staan. Het meer is nu de Beulaker wijde. Nog steeds wordt er regelmatig huisraad opgedoken uit het water. Sinds 2014 staat er in de Beulaker wijde een kunstwerk die herinnerd aan het verdronken dorp. 



Deze zomer waren we een dag naar Giethoorn waar ik een souvenir winkeltje inliep. Daarachter bleek een klein duikersmuseum te zijn. Groot was mijn verbazing toen ik daar in de vitrine's allemaal opgedoken huisraad uit Beulake zag liggen. Aangezien Jacobus Geerts Smak (de Vries) in 1761 nog in Beulake is geboren is de kans dus heel groot dat hij en zijn ouders daadwerkelijk van die opgedoken borden hebben gegeten of uit de bekers hebben gedronken. 










Geert Jacobs en Femmigje Flodder kregen samen 5 kinderen. De vader van geert Jacobs was Jacob Geerts, hij werd op 13-9-1705 geboren in Beulake en was van 17-1-1740 tot 21-1-1742 kerkmeester aldaar. Jacob Geerts was getrouwd met Aaltjen Geerts. ze trouwden op 3-9-1705 in Beulake. Samen kregen ze 9 kinderen. 

De laatste voorouder die ik vond in Beulake zijn de ouders van Jacob Geerts. Geert Lamberts, waarschijnlijk geboren in Dinxterveen en zijn vrouw Trijntje Arends, zij is wel geboren in Beulake. Samen kregen ze 5 kinderen. Jacob Geerts overleed voor zijn 34e levensjaar want in 1711 trouwde Trijntje met Willem Jans. En daar houdt mijn spoor naar mijn voorouders in Beulake helaas op. 

Een trieste geschiedenis voor het dorp, maar het levert mij weer een mooi verhaal op!