maandag 12 december 2016

Hendrik Wijnandus Arie van Adrichem

In eerdere post zoals hier noemde ik hem al even Hendrik Wijnandus Arie van Adrichem, de broer van mijn betovergrootvader Johannes van Adrichem. 

Heel veel weet ik niet van Hendrik, maar wat ik weet is wel het vermelden waard. We beginnen maar gewoon weer even bij het begin.

Hendrik wordt geboren 28 april 1861. Het KNMI verteld mij dat het op die dag 8,6 graden is en droog. De kleine man wordt vernoemd naar zijn moeder Hendrikje Vitjeroo. Die op haar beurt weer werd vernoemd naar haar opa hendrik Moon. 

De plek waar Hendrik wordt geboren is het trieste omgeving van de Ommerschans. Wel woont het gezin dan in een eigen hoeve. Ik schreef er al eerder over, het was niet de fijnste plek om op de wereld te komen. Geboren in gevangenschap, het voorspelde misschien niet zo heel veel goeds voor deze kleine Hendrik. 

Hij groeit op met zijn halfzus, zijn broer en zijn 2 jaar jongere zusje in afwisselend de Ommerschans en Veenhuizen. Elf jaar is hij als het gezin voorgoed vertrekt uit de Maatschapij van Weldadigheid. Ze vertrekken lopend naar Hellendoorn waar het gezin aan de slag gaat in de textielindustrie. Ook de 11 jarige Hendrik maakt lange dagen in de fabriek.  Het gezin woont twee jaar in de gemeente Hellendoorn als ze het boeltje weer bij elkaar pakken en naar Hilversum vertrekken om daar in een andere textielfabriek te gaan werken. 

Het is 1878, Hendrik is 17 jaar en zijn vader is een jaar daarvoor overleden. Hendrik en zijn broer Johannes moeten nu de kost verdienen voor het gezin. 

Het gezin woont op dat moment aan het Gooische Gat in Hilversum. 
Tot 1700 lag de Gooische Vaart in Hilversum tot aan het Gooische Gat, maar in 1840 werd begonnen met het verder graven van de vaart tot aan de Havenstraat. Dat punt bereikten ze in 1880. Hendrik was een van de vele jongens en mannen die met alleen een schep tot zijn beschikking geholpen heeft met het uitgraven van de vaart.

Gooische Gat in Hilversum.

Op 8 december 1878 omstreeks 22.00 liep de 17 jarige Hendrik op de openbare weg in Hilversum toen hij Willem van Sprenger tegenkwam. 
De twee kende elkaar zeer goed, maar blijkbaar had Hendrik met deze Willem nog een appeltje te schillen want zonder enige waarschuwing  sloeg Hendrik, Willem vol in het gezicht. 
De lichamelijke gevolgen vielen wel mee volgens het proces verbaal dat door de veldwachter na het incident werd opgemaakt. Daarin staat; "dat de beklaagde zal worden verklaard schuldig aan het moedwillig toebrengen van slagen aan een persoon waaruit geenerlei ziekte of beletsel van te werken, gedurende meer dan twintig dagen is ontstaan."
Getuige van het misdrijf waren "van Daal"en "Groenhuizen" die beide onder ede verklaarden dat zij zagen hoe Hendrik het slachtoffer moedwillig met de vuist in het gezicht sloeg. 
Blijkbaar was Hendrik niet onder de indruk van de dagvaardiging die hij kreeg want op de behandeling van zijn zaak bij de arrondisementsrechtbank in Amsterdam op 6 januari was hij niet aanwezig.  
Volgens art 309.34 van het wetboek strafrecht werd hij schuldig gevonden aan het misdrijf. 
Vanwege verzachtende omstandigheden (er was geen letsel) werd hij veroordeeld tot "ene gevangenisstraf voor den tijd van acht dagen door hem in eenzame opsluiting te ondergaan, en in de kosten van het regtsgeding ten behoeve van den staat, 3,10 gulden".








Op 27 maart 1880 vertrekt Hendrik met zijn moeder Hendrikje Vitjeroo en zijn zusje Gerhardina naar Haarlem. Het gezin woont er aan de Burgwal 67. 
Moeder Hendrikje vertrekt na een jaar op 5 mei 1881 naar Almelo samen met Gerhardina. 

Burgwal Haarlem
Hendrik staat dan nog steeds ingeschreven in Haarlem maar in 1881 moet de 20 jarige Hendrik zich inschrijven in het Militieregister. Hij krijgt bij de loting nummer 8 toegewezen. Hij woont nog thuis bij zijn moeder in Hilversum volgens de gegevens uit het register. 
Hier wordt het voor mij een beetje verwarrend omdat Hendrikje volgens mij dan in Almelo zit, maar daar heb ik nog geen bewijs van gevonden. In 1884 wordt Hendrik pas uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Haarlem. 


Bevolkingsregister Haarlem
Een manier om vrijstelling te krijgen van militaire dienst is de broederdienst. Als er een even aantal broers in huis zijn, dan hoeft de ene helft maar in dienst, de andere niet. Hendrik's broer Johannes is al in dienst, dus Hendrik is niet aanwezig bij de loting van 15 maart omdat hij er van uit gaat dat hij vrijgesteld gaat worden vanwege broederdienst. Maar bij zijn inschrijving staat dat broederdienst niet bewezen is en 11 april wordt hij toch aangewezen tot dienst. 
9 Mei wordt hij ingelijfd bij het 1e compagnie, 5e bataljon 7e regiment infanterie garnizoen met als standplaats Naarden.

Kazerne te naarden


Zijn signalement luidt: 
Uiterlijk: 1,651 meter
gezicht: Ovaal
Hoofd: laag
Oogen: grijs
Neus: gewoon
Mond; id
Kin: rond
Haar: Blond
Wenkbr: id
Merkbaare Teekenen: geene

De eerste 3 maanden is het rustig rond Hendrik maar dan heeft hij zijn eerste akkefietje. 
Op 19 augustus krijgt Hendrik 8 dagen provoost voor het niet onmiddelijk voldoen aan de gegeven bevelen en oneerbiedig gedrag tegenover een Korporaal. Een provoost is een militaire gevangenis.
Op 1 november opnieuw 8 dagen provoost omdat hij na afloop van het schijfschieten aangewezen was om kogels te zoeken en daarbij een patroon die hij op het terrein had gevonden had afgeschoten.
Op 18 november moet 14 dagen naar de politiekamer omdat hij voor de 1e keer gedeserteerd is. Wel in tijd van vrede met vrijwillige terugkomst binnen 4 weken. Maar verder dan 1 meter buiten het garnizoen zonder toestemming is verboden.
Die twee weken zit hij blijkbaar niet want op 26 november krijgt hij weer 8 dagen provoost met om de andere dag water en brood omdat hij op straat met burgers slaags is geraakt en daarbij zijn bajonet heeft gebruikt. 
Op 28 november wordt bepaald dat hij 6 maanden lang zijn bajonet niet meer mag gebruiken.



Op 30 April 1882 vraagt Hendrik groot verlof aan maar hij komt nooit weer terug naar zijn garnizoen. Op 4 november 1884 wordt hij als deserteur vermeld. 

In de krant verschijnen meerdere oproepen in de krant:
Gesignaleerde personen (Bij het departement van oorlog is opgemaakt de navolgende staat, de namen en signalementen bevatten der personen, die gedurende het jaar 1884 van de landmacht en van het korps mariniers gedeseteerd zijn en omtrent wier lot bij de korpsen, waartoe zij behoord hebben, op 1 januari 1885 niet stelligs bekend was.

216. ADRICHEM, Hendrik Wijnandus Arie, van
Milicien bij het 7e regiment infanterie, geboren te stad Ommen (Overijssel) 28 april 1861, lengte 1.651 meter, aangezicht ovaal, voorhoofd laag, oogen grijs, neus en mond gewoon, kin rond, haar en wenkbrauwen blond; gedeserteerd 4 november.)














   



Op 4 juli 1887 duikt Hendrik ineens op in Enschede. Misschien dat hij zich koest hield bij zijn broer Johannes of bij zijn moeder en halfzus in Rheine (Dld). Ik was in elk geval erg verbaasd om hem hier in mijn woonplaats tegen te komen. 

Raadhuis Enschede

Hendrik meld zich zelf  dan bij het raadhuis van Enschede en geeft zichzelf aan als deserteur bij de Burgemeester van Enschede. Hendrik wordt gearresteerd en komt voor de krijgsraden in Naarden en moet een maand de gevangenis. Daarna wordt hij over gedragen aan het koloniaal Werfdepot te Harderwijk.






binnenplein Koloniaal Werfdepot




In Harderwijk zal Hendrik een opleiding van 6 weken hebben gehad voordat hij op een zaterdagmorgen onder begeleiding van Militaire muziek en gejoel van de Harderwijker jeugd naar het station ging van Harderwijk ging. Vanaf daar vertrokken ze met de trein naar Rotterdam en met de boot naar de koloniën.
Op deze manier zijn er tussen 1815 tot 1910 zo'n 150.000 militairen vertrokken om plaats te nemen in het Oost-Indische leger. Niet alleen gestrafte militairen maar ook "gewone" militairen, bedelaars, gevangenen, deserteurs uit vreemde legers en buitenlanders zoals de beroemde Franse dichter Arthur Rimbaud en voormalig minister President Hendrik Colijn.

Elke nieuwe rekruut kreeg na het tekenen van het contract een flink geldbedrag (al zal dat niet voor Hendrik zo zijn geweest als gestrafte militair). De winkeliers, hotelhouders, kroegbazen en bordeelhouders in Harderwijk beleefden gouden tijden, want het bedrag aan handgeld dat de militairen kregen was meestal al op in de 5 tot 25 weken die ze moesten wachten voordat ze aan boord van het schip gingen. Er waren vaak vechtpartijen, Harderwijk kreeg hierdoor een slechte reputatie en werd het gootgat van Europa genoemd.
Vaak werd er voor vertrek naar Indië een foto gemaakt van de militair met de tekst "tot ziens" of "Naar Indië", wie weet vinden we ooit die foto van Hendrik nog wel.

Dit is het allerlaatste wat ik over Hendrik heb kunnen vinden. Het is het waarschijnlijkst dat hij onderweg of in Indië is overleden. Of misschien heeft hij er een vrouw gevonden en loopt r wel een familie van Adrichem aan die kant van de wereld rond!
Hij komt in elk gevalhet meest in aanmerking voor het verhaal dat er in de familie rondgaat over een voorvader die naar Indië is vertrokken, er een plantage had, een moord pleegde en al zijn geld vergokte. Misschien komen we er op een dag achter...ik zie hem er in elk geval wel voor aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten