woensdag 19 juli 2017

Over bijzondere ontmoetingen en bijzondere plaatsen


Dat stamboomonderzoek kan leiden tot bijzondere mailcontact met verre familieleden heb ik al meerdere malen ondervonden. Maar dat het ook zou leiden tot echt een grotere familie had ik niet verwacht. Toch begint mijn familie langzaamaan groter te groeien.

In januari van dit jaar had ik samen met mijn achterneef (waar ik ook pas afgelopen jaar kennis mee heb gemaakt) een bijzondere ontmoeting met een achterachterneef en zijn zus van de kant van de familie Hekke. We werden warm welkom geheten in de woning van onze achterachterneef. Het voelde allemaal al meteen heel vertrouwd en we praatten alsof we elkaar al jaren kenden. Prachtige verhalen over de familie Hekke werden uitgewisseld en fotoalbums werden erbij gehaald. De resultaten van jaren van stamboomonderzoek werden vergeleken. En zo kregen we een paar bijzondere verhalen te horen.  
Afgelopen week moest ik mijn zoon ophalen van kamp in Wilsum, Duitsland. Een rit van een klein uurtje, onder andere langs Nordhorn. Het zou een prachtige dag worden en ik besloot op tijd weg te gaan en een middagje Nordhorn er bij aan te plakken om de plaatsen op te zoeken waar mijn voorouders van de familie Hekke gewoond, gedoopt, getrouwd en overleden zijn.


Zittend rechts naast de bruidegom Maria Adelheid Unland met haar man Heinrich Alberink, 
Staand 3e van links, Wilhelmina Getruda Hekke met daarnaast haar man Heinrich van Adrichem. 


Als eerste zocht ik het huis op waar mijn betovergrootmoeder Maria Adelheid Unland heeft gewoond met haar tweede man Heinrich Bernard Alberink. Maria Adelheid Unland kreeg met haar eerste man Hendrikus Hekke acht kinderen. Een van die kinderen was Bernard Michael Hekke, de overgrootvader van de achterachterneef en –nicht waar we in januari zijn geweest. Wilhelmina Gertruda Hekke was een ander kind van het echtpaar en is de overgrootmoeder van mij en mijn achterneef.
Maria Adelheid Unland
Hendrikus Hekke overleed in 1906 op slechts 42 jarige leeftijd aan een longontsteking. Zijn weduwe Maria Adelheid was toen 38 jaar. Twee jaar na zijn overlijden trouwde Maria Adelheid met Heinrich Alberink. En samen kregen ze nog drie kinderen. Helaas zijn ze alle drie op tragische wijze overleden. Het jongste dochtertje van het echtpaar, waaraan Maria Adelheid op 46 jarige leeftijd het leven schonk overleed aan wiegedood, en terwijl de familie rouwde om het verlies van de kleine Anna, ontsnapte de drie jarige Herman aan de aandacht en verdronk het mannetje in het water nabij… De enige zoon die wel in leven bleef werd in de tweede wereldoorlog doodgeschoten in Rusland. Maria Adelheid was op dat moment al overleden, misschien gelukkig maar, want ik vraag me af hoeveel leed een mens kan dragen.

Maria Adelheid Unland(met bezem) en familie
Het huis waar het echtpaar Unland-Alberink woonde had ik snel gevonden in Nordhorn. Een doodlopende straat in een typische Duitse woonwijk met achter een bosschage het Almelo-Nordhorn Kanaal. 

Daarna ben ik naar het centrum gereden, op zoek naar de St. Augustinuskerk. Door de mooie grote koperen koepel op de kerk had ik het gebouw al snel gevonden. 

St. Augustinuskerk Nordhorn
De voordeur stond open, en na enige aarzeling ben ik toch maar naar binnen gestapt. Binnen was het heerlijk koel en stil. Ik was de enige bezoeker in die grote kerk en kon op mijn gemak alles bekijken. Toen ik even op een bankje alles liet bezinken zag ik voor me ineens de doopvont staan waarin vele familieleden in zijn gedoopt. Waaronder mijn betovergrootmoeder Maria Adelheid Unland in 1868.


Doopvont St. Augustinuskerk
Hoewel de huidige St. Augustinuskerk pas in 1913 werd voltooid, worden er al vanaf 1823 katholieken uit Nordhorn in deze doopvont gedoopt. Al vanaf 1578 behoorde dit kleine eiland in de vecht met zijn burcht tot de katholieken van Augustinus. In 1579 werd op deze plek aan de Burgstraße een Residentie huis en kapel gebouwd. In de jaren die volgden werd deze plek meerdere malen bestormd en geplunderd en stortte het gebouw in. In 1712 werd er hier opnieuw een “Kirchlein” gebouwd waarin de Heilige Augustinus werd geweid. Aan het begin van de 19e eeuw verloren de katholieken door securalisatie* hun kerk op de burcht en belande in handen van drie Marktkoopmannen uit Nordhorn. Voor 6200 gulden werd de kerk uiteindelijk weer terug gekocht door de gemeente.
Residentiehuis en `Kirchlein` 1893
Vanaf 1826 werd het gebouw omgebouwd en tot kerk gebruikt tot 1908. 
Al vanaf het midden van de 19e eeuw werd er gedacht aan de bouw van een nieuwe kerk, maar door het tekort aan geld en een opnieuw een oorlog werden de plannen uitgesteld. Met de eeuwwisseling werden de plannen weer uit de kast gehaald maar opnieuw was er niet genoeg geld. Daarom werd er naast de oude kerk in 1907 een noodkerk gebouwd om de flink uitgebreide katholieke bevolking een plaats te geven.

Rechts vooraan de nieuwe Augustinuskerk, daarnaast met torentje de noodkerk (1913)
Door de groei van de textiel industrie nam het aantal parochianen zo snel toe dat ook de noodkerk niet meer voldeed. In 1910 werden er al 2.300 Katholieken geteld. In dat jaar werd er mede door toedoen van enkele vooraanstaande textielfabrikanten in Nordhorn genoeg geld bij elkaar gebracht om een nieuwe kerk te bouwen.

Bouw van de nieuwe kerk
In 1911 werd begonnen met de bouw van de nieuwe St. Augustinuskerk op de plek waar de oude kerk stond. Na de bouw, die twee jaar duurde werd het oude doopvont, die steeds mee was verhuisd van het residentiehuis, naar de noodkerk, weer in de nieuwe kerk geplaats.

*Secularisatie is het onteigenen van bezit van de Kerk. Het gaat hier dan meestal om het bezit van land en kloosters dat overgaat van de Katholieke Kerk op de staat.


Nadat ik de kerk had bezichtigt liep in naar het stadspark dat pal naast de kerk ligt. Op zoek naar de oude oliemolen. In de kolk voor deze molen verdronken in 1936 mijn bet-betovergrootmoeder Maria Cecilia Spierts op 75 jarige leeftijd tijdens het doen van de was. 


Kolk bij de Oliemolen in Nordhorn
Nu staan er rondom de kolk volop borden met waarschuwingen om niet te dicht bij het snel stromende water te komen. Maar in 1936 zal het normaal geweest zijn dat de vrouwen uit de omgeving hierin hun was deden. 
Kolk bij de Oliemolen


Ik stel me zo voor dat deze oude vrouw haar evenwicht niet meer kon houden toen ze haar wasgoed uit wou spoelen en voorover in het water viel. Door een combinatie van het snel stromende water, haar lange zware rokken die haar naar beneden trokken en het gebrek aan zwemervaring zal ze heel snel al niet meer te redden zijn geweest.

Overlijdensakte Maria Cecilia Spierts
Nordhorn, 21ten Juni 1904, Vor dem unterzeichneten Standesbeamten erfahlen heute der Persönlichkeit nach bekannt der Fabrikarbeiter Egbert Heinhuis, wohnhaft in Frensdorf und zeigte an, daß die Wittwe Maria Cecilia Hekke geboren Spiertz, 75 Jahre alt, katholischer Religion, wohnhaft in Frensdorf, geboren zu Arnheim in den Niederlanden - verheirathet gewesen mit dem verstorbenen Kutscher Michiel Hekke, Tochter der Eheleute (Name unbekannt), zu Nordhorn, im Oelmühlenkolk am zwanzigsten Juni des jahres tauzend neunhundert und vier Vormittags vier im Mühlenkolke todt aufgefunden sei. Der Anzeiger erklärte daß er aus eigener Wissenschaft unterrichtet sei.

Mijn lunch had ik meegenomen en zittend op een bankje in dat prachtige park met uitzicht op de kerk en het geluid van het water in de oliemolenkolk op de achtergrond heb ik daar gegeten met als enige gezelschap een konijn. 


Soms zou ik graag een tijdmachine willen uitvinden om een kijkje te nemen in het leven van al die mensen waarvan ik het bloed door mijn aderen heb stromen, maar dichter dan waar ik op dat moment was kan ik helaas niet meer bij ze komen.


Al gauw was het tijd om naar Wilsum te vertrekken. Mijn planning was nog even langs het katholieke klooster in Fernswegen, maar toen ik daar aankwam was de zon verdwenen achter de wolken en kwam het met bakken uit de hemel. 
Klooster Frenswegen
Mooi hoe een onverwacht mailtje van een ver familielid me op bijzondere plaatsen brengt. En bij die ene ontmoeting in januari blijft het niet bij, want binnenkort gaan achterneef en ik op bezoek bij de broer van de achterachterneef waar we eerder zijn geweest. Ik denk dat dit weer een bijzondere ontmoeting gaat worden! 

zaterdag 15 juli 2017

Familie van Adrichem in Nederlands-Indië

Ineens staat Derk Bolt achter me en wijst me op twee vrouwen aan een tafeltje. Op de tafel zie ik een naambordje "van Adrichem". Beiden vrouwen hebben lang zwart haar en een licht getinte huid. De oudste van de twee heeft grijze strengen in haar haar waardoor ik vermoed dat het moeder en dochter zijn. Als ze me aan horen komen lopen draaien ze zich tegelijkertijd om. Ik wordt verrast door licht Aziatische trekken in de gezichten van de vrouwen in combinatie met kenmerken die me zo ontzettend bekend voor komen en vertrouwd voelen. Derk Bolt duwt me naar voren en zegt; "Ik heb familie van je gevonden". Nog voor dat hij verder kan gaan ben ik al aan het huilen. Grote dikke tranen lopen langs mijn wangen omlaag. De oudste vrouw spreidt haar armen en omhelst me. Er komt geen geluid meer uit mijn mond en ik heb een zere keel. De woorden blijven steken, maar ik wil ze zo graag zeggen dat ze zoveel op mijn overgrootvader lijken. Ik wil zeggen dat ik zo blij ben dat ik ze eindelijk na zo lang zoeken gevonden heb, maar woorden blijken niet nodig. Ze begrijpen me zonder dat ik wat hoeft te zeggen. Het liefst wil ik meteen alles van ze weten maar ben bang dat ik ze met mijn enthousiasme afschrik. Van blijdschap en trots barst ik bijna uit elkaar. Eindelijk heb ik de familie heb gevonden. Ik geloof niet dat ik me ooit zo gelukkig heb gevoeld, maar een piepend geluid maakt een einde aan dat gevoel. Mijn wekker gaat en de beelden in mijn hoofd lossen langzaam op. En de werkelijkheid dringt tot me door... het was allemaal maar een droom. Ik ben zo druk bezig geweest me de zoektocht naar de nazaten van Hendrik Wijnandus Arie van Adrichem en zijn inlandse vrouw Estie dat ik er al over begin te dromen. Ik voel me teleurgesteld maar toch vastberaden om verder te gaan met zoeken, net zolang tot ik ze heb gevonden.

In de dagen voorafgaand op mijn droom heb ik wederom een oproepje geplaatst op het stamboomforum met de vraag of er iemand met verder op weg kon helpen met het zoeken naar de familie van Adrichem in Nederlands-Indië. Eerder schreef ik al in al mijn enthousiasme over het vinden van de overlijdensdatum en het huwelijk van Hendrik in Bandoeng. Het verhaal van Hendrik laat me niet los en ik wil zo graag weten of de kinderbedjes en het speelgoed die bij zijn sterfboedel verkocht werden ook daadwerkelijk van zijn kinderen waren.

Na wat heen en weer gevraagd op het forum komt een meneer ineens met vijf namen inclusief plaatsnamen en data:

  • Hendrik van Adrichem, Bandoeng, erkenning 19 april 1899 
  • Johanna van Adrichem, Bandoeng, erkenning 7 mei 1901 
  • Arie van Adrichem, Buitenzorg, erkenning 7 augustus 1903
  • Johan van Adrichem, Bandoeng, 3 december 1906 
  • Paulina van Adrichem, Bandoeng, erkenning 10 december 1908

Ik spring weer bijna van mijn stoel van opwinding. Zouden dit de kinderen van Hendrik en Estie zijn? Op de naam Paulina na, kan ik ze allemaal herleiden als vernoemingen van de ouders van Hendrik. De gegevens kommen uit de Regerings Almanaken van Nederlands-Indië. Meer dan de informatie die hierboven staat is niet in de Almanakken te vinden.
Heeft Hendrik 12 jaar nadat hij voet heeft gezet in Nederlands-Indiè er een gezin gesticht?

Ik begin te googlen en de derde pagina is meteen een voltreffer. Op Open Archieven staat een registratie van Johan van Adrichem geboren op 3 december 1906. Het zijn de Interneringskaarten van de kampen in Japan in de periode 1942-1946. Gelukkig staat de scan er bij.

Interneringskaart Johan van Adrichem

De kaart staat vol Japanse tekens maar één ding zie ik meteen:
Fathers name: Adrichem, H.W.A. v. met een dikke rode streep erdoor. Mothers name: Estie.
Yes! Dit is 'm! Dit is mijn bewijs, de kinderen van Hendrik en Estie zijn gevonden! 

 Na wat verder speuren kan ik uit de kaart opmaken dat Johan opgepakt is in Bandoeng aan de Tjiliwoenglaan 13 op 17 augustus 1942. Het bericht van zijn gevangenneming is naar zijn moeder Estie gegaan die aan de GG (gang) Effendi binnen nr 6 woont. Johan behoorde tot de Landstorm afd. Batavia hij is soldaat 2e klasse Infanterie. Daarvoor was hij monteur bij het provinciale Zoutbedrijf.
Na wat vergelijkingen met andere kaarten denk ik dat Johan in een POW Prisinor of War Camp heeft gezeten op Java en daarna is verplaatst naar Thailand. Verder lukt het me niet om wijs te worden uit de vele Japanse tekens. Wel zie dat zijn registratie op Open Archieven is gekoppeld aan een foto op online-begraafplaatsen.nl Op de algemene begraafplaats te Dodewaard ligt een gevallen grafsteen met daarop de tekst:
Hier rust in Jezus, 
onze lieve zorgzame vrind, oom en broer. 
Johan van Adrichem 
geb. 3-12-1906 Overl. 3-2-1971

Er staat niet, geliefde vader of geliefde man... dus hier maak ik uit op dat Johan ongehuwd en kinderloos is gestorven. Maar er staat ook geliefde oom, dat betekend dat er in elk geval één kind van Hendrik kinderen heeft gekregen en er misschien nog wel nazaten rond lopen.

Grafsteen Johan van Adrichem
Verder heb ik via Google niets vinden, maar de online krantenbank op Delpher.nl is daarna mijn beste zoekvriend. 

Van dochter Paulina van Adrichem vond ik de aankondiging van een huwelijk met Nicolaas Dirk Tessensohn op 26 Juni 1928.

In de Preanger-Bode van 1934 vind ik dat Nicolaas Dirk Tessensohn een jaar verlof naar Europa verleend krijgt wegens langdurig dienstverband. Hij is dan technisch commies bij den Ind. Centr. Aanschaffingsdienst. In het Soerabaijasch Handelsblad vind ik op 15 mei 1934 het vertrek van N.D. Tessensohn, zijn vrouw en twee kinderen naar Nederland. Daarna wordt het stil. Alleen een berichtje dat Nicolaas Dirk Tessensohn op 28 november 1970 in Den Haag is overleden heb ik nog kunnen vinden.

Johanna van Adrichem gaat in 1921 in opleiding voor telefoniste bij de PTT en wordt in 1939 bevorderd tot hoofdtelefoniste van het telefoonnet van Bandoeng. 
Op 4 november 1962 wordt de op 7 mei 1901 in Tjipatat geboren Johanna van Adrichem, woonachtig in ´s Gravenhage genaturaliseerd. 

Naturalisatie Johanna van Adrichem

Mogelijk is Johanna ook de spijtoptant J.van Adrichem 1958-1961 die ik tegen kom met een vermelding in het nationaal archief. 

In de kranten op Delpher vind ik een verloving op 31 december 1927. In Meester Cornelis verloven Joh. van Adrichem en Harry Meelhuysen zich.
  

Maar in een bidprentje die ik vind, vermeld dat Johanna, als weduwe van L.A. Michael op 78 jarige leeftijd is overleden. Ze werd geboren op 17 mei 1901 in Tjipatat, Indonesië en overleed op 22 januari 1980 in Den Bosch. De data kloppen, misschien dat het een tweede huwelijk is geweest. Meer heb ik helaas niet kunnen vinden.
Bidprentje Johanna van Adrichem

Van zoon Hendrik van Adrichem kan ik helemaal weinig vinden. Het enige wat ik aantref is een krantenartikel waarin staat dat van Hendrik op 26 januari 1915 een fiets wordt gestolen. 
Bijschrift toevoegen
Ook over Arie van Adrichem is nauwelijks iets te vinden. Hem kom ik in januari 1935 tegen als Goedang (pakhuis) Employee in suikerfabriek Tjoekir in Soerabaja tegen. En daar blijft het dan ook bij. 


Over Johan van Adrichem vind ik nog dat hij in 1939 ook werkt in de suikerindustrie. Op plantage Ponen in Soerabaja komt hij in Juni 1939 als tijdelijke snijveld employee werken. In november vertrekt hij weer.  In de tijd waren er zo´n 185 suikerplantages op Java! 

In 1935 vind in een J. van Adrichem die is geslaagd voor zijn of haar toelatingsexamen op de H.B.S. in Medan. Het allerlaatste wat ik op Delpher vind is een verloving tussen B.W. van Thiel-Bresser en J. van Adrichem. op 12 mei 1953. Maar welke J. van Adrichem bedoeld wordt is mij niet helemaal duidelijk. 


Via Stichting Indisch Familiearchief kreeg ik nog wat informatie toegestuurd. Zoals waar Hendrik Wijnandus Arie van Adrichem heeft gewerkt. Nadat hij in 1887 in Nederlands-Indiè is aangekomen heeft hij waarschijnlijk na zijn eerste 6 jaar in het leger nog eens voor 6 jaar bijgetekend. In 1899 zal zijn diensttijd er op hebben gezeten. Dat is ook precies de periode dat zijn eerste zoon Hendrik geboren wordt.
In 1906 was Hendrik Wijnandus opzichter op de theeplantage Tjiogrek in Buitenzorg. Opzichter dus, geen eigenaar zoals het verhaal in de familie gaat.
In 1907 was hij employee bij Onderneming Agrasari in Bandoeng. In 1908 werkte hij in Warna Garoet bij Ond. Tjempaka. In 1912 werkte hij bij Soerau (gebedshuis) in Garoet. Volgens de Regerings Almanakken werkte hij in 1913 in Daradjat in Garoet. Dat is op zich best knap als je bedenkt dat hij in 1912 al is overleden.



Ook vonden ze het grafschrift van Hendrik. Op de oudste begraafplaats van Bandoeng moet zijn graf hebben gelegen. 
Hier rust
Hendrik Wijnandus Arie
van Adrichem
geb. te Ommen 19-9-1861
overl. te Bandoeng 13-10-1912 

Ook hier kloppen de data niet. 
Hendrik is op 28-4-1861 geboren in Ommen en gestorven op 19-9-1912 te Bandoeng. 

Zou de oudste begraafplaats van Bandoeng nog bestaan, zou Hendrik er nog liggen. Op een aantal vragen heb ik eindelijk antwoord gekregen, maar zoals ik al eerder schreef, elke beantwoorde vraag roept bij mij nog meer nieuwe vragen op. 

Een cd rom met daarop de Regerings Almanakken van Nederlands-Indië heb ik gereserveerd via de bibliotheek waar ik werk. Ik hoop daar nog meer informatie op te vinden. Al heb ik begrepen dat de burgerlijke stand na 1922 helaas niet meer geregistreerd werd. Maar toch zeg ik nogmaals

Wordt Vervolgd....